I Vastgoedbeleggingen

Het verloop van de vastgoedbeleggingen is als volgt:

  1. DAEB vastgoed in exploitatie 2018 1. DAEB vastgoed in exploitatie 2017 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2018 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2017
Boekwaarde per 1 januari 557.884 551.513 32.079 28.123
         
Opleveringen vanuit vastgoed in ontwikkeling 0 0 0 0
Investeringen 8.276 8.763 3 112
Desinvesteringen -1.718 -1.552 0 -152
Herclassificaties -209 -50 209 50
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille 73.998 -790 -1.530 3.946
Totaal van de mutaties 80.347 6.371 -1.318 3.956
         
Boekwaarde per 31 december 638.231 557.884 30.761 32.079
         
In de boekwaarde begrepen ongerealiseerde herwaardering per 31 december 361.327 295.207 8.354 9.920

Het effect van de niet-gerealiseerde waardeverandering op de mutatie herwaardering in de herwaarderingsreserve bedraagt voor het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie respectievelijk € 67.146 en € -1.566.

  3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie 2018 3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie 2017
Stand per 1 januari:    
Aanschaffingswaarde 7.692 3.305
Cumulatieve waardeverminderingen -6.839 -3.305
Boekwaarde per 1 januari 853 0
     
Investeringen 9.484 4.387
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -3.021 -3.534
Totaal van de mutaties 6.463 853
     
Stand per 31 december:    
Aanschaffingswaarde 17.176 7.692
Cumulatieve waardeverminderingen -9.860 -6.839
Boekwaarde per 31 december 7.316 853

De in de verloopoverzichten weergegeven herclassificaties hebben betrekking op sfeerovergangen tussen DAEB en niet-DAEB als gevolg van nieuwe contracten. De herclassificaties hebben voor zover het sfeerovergangen betreft van DAEB naar niet-DAEB, niet geleid tot andere waarderingsgrondslag, en hebben daarom géén effect op vermogen of resultaat.
 

Mutaties in de marktwaarde van het bezit van een corporatie worden veroorzaakt door:

  • Aanpassingen (van parameters) als gevolg van marktontwikkelingen
  • Aanpassingen van parameters en methodiek als gevolg van het validatieonderzoek 2017
  • Aanpassingen in de methodiek van het handboek voortkomend uit de praktijk
  • Aanpassingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving
  • Mutaties in het bezit
  • Mutaties in de basisgegevens van verhuureenheden en complexen
  • Wijzigingen in de gebruikte software of modellen voor het uitvoeren van de waardering.

Hieronder worden de belangrijkste factoren voor de wijziging van de marktwaarde ten opzichte van vorig jaar toegelicht:

WOZ-waardes (mutatie objectgegevens)
Ten opzichte van 2017, is de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen gestegen van € 111 duizend naar € 120,5 duizend . Deze stijging van + 8,6 % veroorzaakt een stijging van de gehanteerde leegwaarde en daarmee de verkoopopbrengsten.

Leegwaardestijging (parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen)
De leegwaarde is de geschatte verkoopprijs op basis van de kosten koper, vrij van huur en overige lasten. De leegwaarde wordt als opbrengst in het uitpondscenario opgenomen, zodra de mogelijkheid tot de verkoop van een verhuureenheid zich voordoet. De leegwaarde wordt gelijkgesteld aan de geïndexeerde WOZ-waarde. De (verwachte) stijging van de leegwaarde, heeft een positief effect en op de marktwaarde.

Disconteringsvoet (mutatie parameteraanpassingen)
De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt.

De gemiddelde disconteringsvoet van woningen is als gevolg van de marktontwikkelingen gedaald van 7,29% naar 6,93% (-4,94%). Deze daling van de disconteringsvoet heeft een positief effect op de marktwaarde.

1. DAEB en 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

De onderverdeling van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:

1. DAEB en 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
  2018 Waarderings-variant
Eengezinswoningen 110.180 basis
Meergezinswoningen 520.980 basis
Bedrijfsmatig onroerend goed 13.527 full
Maatschappelijk onroerend goed 1.337 full
Parkeergelegenheden 6.197 basis
Zorgvastgoed (intramuraal) 15.253 full
Zorgvastgoed (extramuraal) 1.519 full
Totaal 668.993  

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en/of schattingen. Het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario. 

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan. 

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren. 

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de macro-economische parameters:

Parameters woongelegenheden 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Prijsinflatie 1,60% 2,50% 2,30% 2,20% 2,00% 2,00%
Looninflatie 2,00% 2,90% 2,80% 2,70% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 5,60% 5,90% 2,80% 2,70% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 5,40% 7,80% 4,90% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe - EGW 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044 706 - 1.044
Instandhoudingsonderhoud per vhe - MGW 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091 626 - 1.091
Instandhoudingsonderhoud per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 541 - 830 541 - 830 541 - 830 541 - 830 541 - 830 541 - 830
Mutatieonderhoud per vhe - EGW 883  883  883  883  883  883 
Mutatieonderhoud per vhe - MGW 663  663  663  663  663  663 
Mutatieonderhoud per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 663  663  663  663  663  663 
Beheerkosten per vhe - EGW 436  436  436  436  436  436 
Beheerkosten per vhe - MGW 428  428  428  428  428  428 
Beheerkosten per vhe - Zorgeenheid (extramuraal) 395  395  395  395  395  395 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,162% 0,162% 0,162% 0,162% 0,162% 0,162%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,12% 0,12% 0,12% 0,12% 0,12% 0,12%
Verhuurderheffing (% van de WOZ)   0,561% 0,592% 0,592% 0,593% 0,567%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – zelfstandige eenheden   1,00% 1,20% 1,30% 0,50% 0,50%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – onzelfstandige eenheden 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50%
Mutatiekans bij uitponden 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50% 1,50%
Disconteringsvoet 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71% 6,21% - 7,71%

Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 500 per te splitsen eenheid. De overdrachtskosten, bestaande uit makelaars-, notaris- en andere handelingskosten (exclusief overdrachtsbelasting) bedragen 1,7% van de leegwaarde van een verhuureenheid.

Parameters bedrijfsmatig onroerend goed 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 5,88  5,88  5,88  5,88  5,88  5,88 
Mutatieonderhoud per m2 bvo 9,10  9,10  9,10  9,10  9,10  9,10 
Beheerkosten % van de markthuur - BOG 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12% 5,5% - 12%

Parameters maatschappelijk onroerend goed 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 6,55  6,55  6,55  6,55  6,55  6,55 
Mutatieonderhoud per m2 bvo 10,80  10,80  10,80  10,80  10,80  10,80 
Beheerkosten % van de markthuur - MOG 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501% 0,501%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13% 8,94% - 13%

Parameters parkeergelegenheden 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud – parkeerplaats 50  50  50  50  50  50 
Instandhoudingsonderhoud – garagebox 166  166  166  166  166  166 
Beheerkosten – parkeerplaats 26  26  26  26  26  26 
Beheerkosten – garagebox 37  37  37  37  37  37 
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,24% 0,24% 0,24% 0,24% 0,24% 0,24%
Disconteringsvoet 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44% 7,35%-7,44%

Parameters intramuraal zorgvastgoed 2018 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 8,60  8,60  8,60  8,60  8,60  8,60 
Mutatieonderhoud per m2 bvo 29,73  29,73  29,73  29,73  29,73  29,73 
Beheerkosten % van de markthuur 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36%
Disconteringsvoet 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9% 6,3% - 9,9%

Inschakeling taxateur

Jaarlijks wordt 1/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie waar de full waarderingsvariant van toepassing is getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel van de hiervoor genoemde onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Patrimonium en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden

Patrimonium heeft voor een gedeelte van haar vastgoedbezit (bedrijfsmatig-, maatschappelijk- en intramuraal zorg onroerend goed) verplicht de full versie van het Handboek toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht.

Ten slotte wordt hier opgemerkt dat bij de gehanteerde vrijheidsgraden zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij het document “Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”, dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.

Schematische vrijheid
Wordt toepast bij het zorgvastgoed en heeft betrekking op het specifieke verloop van de toekomstige huuropbrengst.

Markthuur(stijging)
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde BOG/MOG-objecten in de taxaties te kunnen verwerken.

Exit Yield
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van de exit yield op basis het model van taxateur (waarbij onder meer de aanwezige huurpotentie als uitgangspunt wordt gehanteerd) beter passend en tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten komt.

Leegwaarde(stijging)
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Disconteringsvoet
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling, en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet.

Onderhoud
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2016 beter passend.

Technische splitsingskosten
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Bijzondere omstandigheden
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Erfpacht
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Exploitatiescenario
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het vastgoed waar de full waarderingsvariant van toepassing is, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening. 

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde van het gehele vastgoed in exploitatie – gewaardeerd volgens de DCF-methode – is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:
 

Parameters Gehanteerd in
reële waarde
Stel mogelijke
afwijking
Effect op reële waarde *
in € 1.000
Effect op reële waarde *
in % van de reële waarde
Mutatiegraad 2% - 50% + 20% (relatief) 16.442 2,46%
Mutatiegraad 2% - 50% - 20% (relatief) -19.826 -2,96%
Disconteringsvoet 5,5% - 13% + 1% (absoluut) -66.912 -10,00%
Disconteringsvoet 5,5% - 13% - 1% (absoluut) 103.077 15,41%

* * Het effect op de rëele waarde is berekend per afzonderlijke afwijking (overige parameters blijven gelijk).

Beleidswaarde

De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:

(in duizenden euro's)

  2018
Eengezinswoningen (EGW) 66.399 
Meergezinswoningen (MGW) 226.860 
Bedrijfsmatig onroerend goed 13.527 
Maatschappelijk onroerend goed 1.337 
Zorgvastgoed (intramuraal) 15.253 
Zorgvastgoed (extramuraal) (ZOG) 788 
Parkeergelegenheden 6.197 
Totaal 330.361 
Marktwaarde in verhuurde staat van DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 668.992 
Maatschappelijke bestemming (van het eigen vermogen) 338.631 

Er zijn geen vergelijkende cijfers inzake de beleidswaarde opgenomen, dit conform de overgangsbepaling in RJ 645.502.

Uitgangspunten beleidswaarde

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  • Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  • Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd 'lasten verhuur en beheeractiviteiten' in de resultatenrekening.

Voor zover afwijkend van de voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151.

In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen. 

De belangrijkste uitgangspunten en veronderstellingen zijn (voor zover ze afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat) hieronder weergegeven:
 

Stap Gehanteerd in reële waarde Afwijking n.a.v. stap Effect op marktwaarde ** x € 1.000 In % van de reële waarde
Stap 0: marktwaarde in verhuurde staat      668.992   
Stap 1: beschikbaarheid Hoogste van uitponden en doorexploiteren Volledig doorexploiteren  -90.128  -13,5%
Stap 2: betaalbaarheid Markthuur Streefhuur  -160.524  -24,0%
Stap 3: kwaliteit Marktconforme onderhoudsnorm Beleids-onderhoudsnorm  -99.623  -14,9%
Stap 4: beheer Marktconform beheernorm Beleids-beheernorm  11.644  1,7%
Beleidswaarde      330.361  49,4%

** Het effect op de reële waarde is cumulatief berekend

Ten aanzien van stap 2 (betaalbaarheid) is de streefhuur gemiddeld:

  • voor eengezinswoningen: € 619 per maand;
  • voor meergezinswoningen: € 502 per maand, en
  • voor extramurale zorgeenheden € 345 per maand.

Ten aanzien van stap 3 (kwaliteit) is de beleidsonderhoudsnorm gemiddeld € 2.353 per verhuureenheid per jaar.

Ten aanzien van stap 4 (beheer) is de beleidsbeheernorm gemiddeld € 656 per verhuureenheid per jaar.

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
 

Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Disconteringsvoet 1,0% hoger € 50,8 miljoen lager
Streefhuur per maand € 25 hoger € 25,0 miljoen hoger
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger € 21,5 miljoen lager

De beleidswaarde is eerst gedurende 2018 ingevoerd, waarbij dit waardebegrip nog in ontwikkeling is. Verdere ontwikkeling van dit waardebegrip door de Aw en WSW zal kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden, denk aan de nadere aanscherping van het begrip onderhoud / verbetering en beheerlasten.  

WOZ-waarde

De WOZ-waarde bedraagt ultimo 2018 € 787,1 miljoen (2017 € 728,5 miljoen)

Zekerheden en beperkingen

Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de ‘Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa’.

Er zijn geen woningen hypothecair bezwaard.

Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed

Eind 2017 zijn er nieuwe prestatieafspraken gemaakt met de gemeente Groningen over de ontwikkeling en realisatie van woningen voor de periode 2017-2021. Deze afspraken leiden niet tot restricties in de sfeer van huurprijs- en verkoopbeperkende regels, instandhouding van een bepaalde minimumomvang van de goedkope woningvoorraad of waardedrukkend effect op de geschatte marktwaarde van de vastgoedbeleggingen.

Aardbevingsrisico

Patrimonium heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft nu en in de toekomst effect op onder meer bedrijfsvoering en risico’s en daarmee eveneens op de jaarrekening. Het vastgoed van Patrimonium bevindt zich uitsluitend in de stad Groningen en hiermee derhalve niet in het risicogebied waar 20% of meer geaccepteerde schadegevallen ten opzichte van de totale woningvoorraad voorkomt. Hiermee is de impact op de marktwaarde conform het handboek marktwaarde minimaal. 
Patrimonium heeft beoordeeld of zij financieel in staat is om de gevolgen van de aardbevingsschade (waaronder het verschil tussen uitgaande kasstromen als gevolg van schadeherstel en -beperking en de extra kosten in haar bedrijfsvoering versus de te ontvangen vergoedingen) op te vangen en de toekomstige bedrijfsvoering te kunnen continueren. Naar de mening van het bestuur, met de kennis ten tijde van het opmaken van de jaarrekening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Patrimonium hier niet toe in staat zou zijn. Patrimonium schat het risico ten aanzien van de continuïteit op dit moment als laag in. In het jaarverslag wordt een nadere toelichting gegeven over de aardbevingsrisico’s.